Lookie's Boekenhoek
Wie-O-Wie

Marina Defauw

Hoi Lookiefans, mijn naam is Marina Defauw, ik ben geboren in Diksmuide. Daar heb ik ook school gelopen. Momenteel woon ik in Bovekerke bij Koekelare. Al vele jaren, dat is bijna mijn hele loopbaan lang, geef ik les aan het Lyceum van Ieper. Lange tijd gaf ik economie. Nu geef ik wiskunde!

En dan toch schrijfster worden? Dat is niet zo verbazend als je zou denken. Lezen is al mijn hele leven lang mijn passie. Van het ene kwam het andere. Soms dacht ik na het lezen van een boek dat ik het verhaal anders zou aangepakt hebben. Zo groeide mijn grote droom om ooit zelf een boek te schrijven.

De leesmicrobe heeft altijd in mij gezeten. Dat was van zodra ik kon lezen heel duidelijk. Misschien zat de schrijfmicrobe daar ook al de hele tijd. Dat weet ik niet echt. Als leerling op school had ik een voorkeur voor wiskunde. In het secundair onderwijs volgde ik een richting met heel veel uren wiskunde. Tijdens het laatste jaar middelbaar hadden we zelfs negen uur wiskunde in de week. Toen ik moest kiezen welke richting ik in het hoger onderwijs zou uitgaan heb ik heel even getwijfeld tussen talen en wiskunde. Talen boeien me ook in ruime mate. Ik had er ook goede cijfers voor. Uiteindelijk koos ik voor wiskunde en een onderwijsloopbaan. De idee om een boek te schrijven zat op dat moment heel ver af. Vooral omdat ik dacht dat ik dit niet zou kunnen, zeker niet met de wiskundige opleiding die ik gekozen had. Ik bleef er wel over dromen. Weet je wat opmerkelijk is? Toen snapte ik nog niet dat ik een heel groot voordeel om te kunnen schrijven uit die wiskundige opleiding zou halen. Dat is het logische denken. En door heel veel te lezen leerde ik onbewust hoe een verhaal opgebouwd is.

Het was niet eenvoudig om van start te gaan met het schrijven van een roman. Mijn dochter inspireerde me voor mijn eerste boek. Toen zij in de eerste Latijnse zat kreeg ze op school een lezing van jeugdauteur Karel Verleyen. Na die lezing is ze met hem beginnen te mailen. Hij gaf ook tips om een boek te schrijven. Die tips daagden me uit om het schrijven op zijn minst te proberen. Tot mijn grote verbazing lukte het! Op die manier is mijn eerste boek ‘De C-brieven’ ontstaan. De tips die ik kreeg staan trouwens verwerkt in dat verhaal. Het boek ‘De C-brieven’ gaat over een meisje dat een verhaal wil schrijven, maar geen inspiratie heeft. Ze gaat op zoek naar een thema om over te schrijven. In haar zoektocht ontdekt ze heel geheimzinnige brieven…De brieven zijn allemaal ondertekend met de letter C. Ik nodig iedereen uit om het boek te lezen en uit te zoeken wat die letter C betekent.

Mijn verhalen zijn jeugdverhalen. Dat komt doordat ik elke dag jonge mensen zie en met hen omga. Ik weet heel goed hoe ze denken en hoe ze zich voelen. Voor mij is het bijgevolg evident dat ik vooral over jonge mensen schrijf. Niemand moet bang zijn, want niemand kan zich voor honderd percent herkennen in een personage. Toch gebeurt het vaak dat lezers mij vertellen dat het lijkt alsof een boek van mij over hen persoonlijk gaat, dat het bij hen ook zo is, dat zij ook voelen zoals dat bepaalde personage in mijn boek. Daarbij komt dan onvermijdelijk de vraag hoe ik dat allemaal kan weten. Tja, een schrijfster moet haar lezers kennen. In ieder geval moet een boek ontspanning brengen. Hoe vreemd het ook klinkt, dat moet door heel spannend en meeslepend te zijn! Verschillende mensen hebben me al laten weten dat ze door tranen toe bewogen waren tijdens het lezen van ‘In ruil voor paardenballet’. Dan weet ik dat de verhaallijn heel goed zit. Bij een goed boek moet je kunnen lachen en ook kunnen huilen. Volgens mij moet je uit een goed boek iets kunnen leren over jezelf en over de omgeving waarin je leeft. En het verhaal moet uitnodigen om in één ruk uit te lezen.

Schrijven is voor mij enerzijds pure ontspanning en anderzijds keihard werken. Ik doe er heel lang over om een verhaal te creëren. Voor elk boek heb ik behoorlijk wat research moeten doen. Dat alleen al vraagt hopen tijd. Toch is de research op zich heel leuk. En dan bijna mathematisch het verhaal opbouwen voelt heel bijzonder aan. Vooral als ik na een poosje weet dat het zal lukken en dat het verhaal goed zit. Er is nog iets dat voor mij heel speciaal is. Met enkele van mijn boeken help ik ook anderen. Dat vind ik fantastisch. Zo worden mijn boeken ‘Aangerand’ en ‘Othello onbekend’ ook in de zorgsector gebruikt. Mensen die het moeilijk hebben vinden steun in die boeken. Ook voor ‘In ruil voor paardenballet’ is er nu al belangstelling in de zorgsector. Daarnaast heb ik de auteursrechten van ‘Alle dagen donker’ afgestaan ten voordele van de opleiding van blindengeleidehonden. Ik ben in een opleidingscentrum gaan kijken. Er is echt nood aan geld. Bijgevolg zijn de mensen uit die opleidingscentra heel blij met mijn initiatief.

Lesgeven is mijn andere passie. Dat doe ik na al die jaren ook nog heel graag. Om school met schrijven te combineren heb ik één grote regel. School gaat altijd voor en schrijven is mijn hobby. Terwijl anderen televisiekijken, sporten, uitgaan, zich bezighouden met de tablet, gsm, computerspelletjes of wat dan ook schrijf of lees ik op voorwaarde dat mijn schoolwerk af is. Research, personages creëren of werken aan een verhaallijn kunnen tijdens het schooljaar. Het grote schrijfwerk, dat is het uitschrijven van het verhaal, gebeurt tijdens de vakanties. Dat is omdat ik me dan een hele poos onafgebroken kan concentreren op het verhaal.

Mijn boeken zijn ook zo’n beetje mijn kindjes. Als je aan een ouder zou vragen welk kind hij of zij het liefst ziet, dan kan die ouder niet antwoorden. Zo is het ook met mijn boeken. Op allemaal ben ik heel trots. Voor elk boek heb ik het beste van mezelf gegeven. Aan elk boek heb ik keihard gewerkt. Bij de publicatie van elk boek was ik ontzettend blij.

Ik haal inspiratie uit mijn dagelijkse leven. Enkele jaren geleden waren mijn man en ik samen met vrienden in het kasteeldomein van Chantilly. Dat is in de buurt van Parijs. Er waren optredens met paarden. Uiteraard hebben we een optreden bijgewoond. Toen wist ik al meteen dat ik daarmee iets zou doen en dat ik een verhaal daarrond zou creëren. Mijn man en ik reizen ook heel graag naar Oostenrijk. Vandaar dat de Spaanse paardenrijschool uit Wenen heel snel aan Chantilly gelinkt was. In die periode las ik over een gezin waarbij het ene kind het andere moest redden door stamceldonatie. Zo kwam ik tot de hamvraag in mijn nieuwste boek. Hoe ver moet je gaan om je doodzieke zus te redden? Die ideeën heb ik verwerkt in ‘In ruil voor paardenballet’. Het boek gaat over een veertienjarige jongen die zijn lievelingspaard, een hooggeschoolde lippizaner, moet laten verkopen om met dat geld zijn zusje te redden. Alleen houdt niemand er rekening mee dat ook het paard een eigen wil heeft. Het verhaal neemt je mee naar de traditionele paardendressuur van de wereldberoemde Spaanse rijschool. Warme familiebanden, hechte vriendschappen en de onvoorwaardelijke liefde tussen een jongen en een raspaard vormen de basis voor heel veel spannend leesplezier. ‘In ruil voor paardenballet’ is verschenen bij Kramat Uitgeverij en is onder andere te koop in de Standaard Boekhandel. Je kunt het ook online bestellen bij verschillende webwinkels.

Een schrijver is het nooit beu om te schrijven!

In het najaar is nog maar net Junior Monsterboek 8 verschenen, de editie met zwarte magie, bij Kramat Uitgeverij. Voor deze Junior Monster heb ik een griezelverhaal geschreven met als titel ‘Het beeldje met de barst’.

Ik keek enorm uit naar het verschijnen van het boek. Verder heb ik weer veel lezers ontmoet tijdens lezingen en de boekenbeurs in Antwerpen.

Intussen blijf ik schrijven…

Meer info over mij kun je vinden op www.marinadefauw.com

Related posts

Hilda Spruit

Jeroen Dejaegere

Inge Bergh

Jeroen Dejaegere

Cailin Ceyfs

Jeroen Dejaegere

Plaats een bericht